Abortus & euthanasie

Zaterdag 1 september 2012

- Ds. A. Schreuder -

Veel mensen krijgen op één of andere manier te maken met abortus of euthanasie. Het eerste heeft betrekking op het begin van het leven, het tweede op het einde van het leven. Ook hebben veel mensen hun mening klaar wanneer er gesprekken plaatsvinden waar één van deze onderwerpen wordt aangesneden.​
Hoe het ook zij - God is de Schepper van al het leven en wanneer er abortus plaatsvindt of euthanasie wordt gepleegd, wordt het 6e gebod overtreden: gij zult niet doodslaan. Ter onderbouwing van het onderwerp heeft de gastspreker gebruik gemaakt van Psalm 139 (Gods alwetendheid), van zijn ervaring als kinderarts en van enkele statistieken.​
Tijdens deze bijeenkomst werden beide begrippen nader toegelicht en werd verteld hoe onze houding zou moeten zijn wanneer er, in ons privéleven als ook bij het uitvoeren van onze dagelijkse werkzaamheden, sprake zou van een ‘ongewenste’ zwangerschap of een euthanasiewens.​
Na de pauze werd er in groepen nagedacht en gediscussieerd over enkele vragen met betrekking tot het onderwerp. De bijeenkomst werd afgesloten met de psalm 146:3.

Zalig hij, die, in dit leven,​
Jacobs God ter hulpe heeft!​
Hij, die, door den nood gedreven,​
Zich tot Hem om troost begeeft;​
Die zijn hoop in ’t hach’lijkst lot​
Vestigt op den HEER’, zijn God.

Abortus
Abortus is de afdrijving uit de moederschoot van de vrucht die buiten de moederschoot niet meer levensvatbaar is. Abortus kan spontaan ontstaan maar kan ook worden geprovoceerd. De laatste vorm van abortus is een in bewust ingang gezette abortus en is sedert enkele jaren gelegaliseerd in Nederland. Bij deze vorm van abortus zijn twee partijen in het geding. De moeder - die ‘baas’ is in eigen buik - en het vruchtje - het nieuwe mensenleven. Maar mag een moeder beslissen over het nieuwe mensenleven in haar buik? Het antwoord op deze vraag is nee. Ze draagt immers wel een kind bij zich, maar ze ‘schept’ het niet zelf. ​Er zijn vier hoofdredenen waarom een abortus wordt geprovoceerd:

 

     1) het leven van de moeder komt in gevaar;

​     2) er is sprake van psychische nood;
     3) het kindje heeft een lichamelijke beperking heeft (de bekende 20 weken echo);
     4) ouders hebben te weinig geld, geen kinderwens, geen energie enzovoort.

​Er ontbreekt echter nog één reden om een abortus te ‘provoceren’. Het kindje blijkt niet levensvatbaar te zijn buiten de moederschoot . Het mensenleven is reeds overleden, maar het vrouwenlichaam heeft het vruchtje nog niet afgestoten. Hoe zouden wij als christenen idealiter moeten omgaan met een ‘ongewenste ‘ zwangerschap? Ds. Schreuder zegt hier het volgende over: ‘Het is van belang om de moeder tijdens en na de zwangerschap bij te staan en te helpen.’.​

Euthanasie
Euthanasie is een opzettelijk levensverkorting op het verzoek van een patiënt en wordt uitgevoerd door een derde persoon die daarvoor bevoegd is. Euthanasie is niet toepasbaar op mensen met een ernstige handicap of op mensen die in coma liggen.
Steeds meer krijgen we te maken met de uitspraak: ’Ik heb de indruk dat mijn leven voltooid is en wil dat  een arts mijn leven beëindigd’. Daarom zijn er sedert enkele jaren de zogenaamde Levenseinde klinieken opgericht. Het oprichten van deze klinieken geeft ons christenen een beeld van de maatschappij waarin wij leven. De erkenning van het bestaan van God wordt steeds minder. Daarentegen staat de autonome mens staat steeds meer centraal.
Moeilijke punten bij euthanasie zijn de vragen wanneer het stervensproces van een mens begint (bij een ernstige beroerte, acute opname op de intensive care of een langdurige coma), hoelang een behandeld arts moet doorgaan met een mensenleven oprekken en wanneer het leven een ondraaglijk lijden wordt?
Een euthanasiewens komt vaak voort uit een ondraaglijk lijden van enerzijds de patiënt en anderzijds de naaste omgeving van de patiënt. Volgens dominee Schreuder zou de vraag:  ‘Wordt de patiënt uit het lijden verlost, of de naaste familie van een last?’, vaker moeten worden gesteld bij een euthanasiewens.
Hoe zou onze christelijke houding  moeten zijn  ten opzichte van mensen die ondraaglijk lijden? Ds. Schreuder zegt hier het volgende over: ‘Het is belangrijk dat we vanuit onze christelijke normen levenshulp bieden en het is belangrijk dat we er ‘gewoon’ zijn. We moeten leren omgaan met onze machteloosheid - het toekijken en niets kunnen veranderen aan de situatie.’.​

​Pijnstillers
Dominee Schreuder wijst op grond van Gods woord levensbeëindiging af, het gebruik van pijnstillers niet. Dit komt voor uit drie principes te weten: het bieden van levenshulp, oog en eerbied voor de dood en het verzachten van het lijden. Het doel van de pijnstillers is om het lijden te verzachten. Het mogelijke bijeffect is dat de dood wordt bespoedigd. Dit is een moeilijk dilemma, waarbij we moeten kijken naar de intentie en dat is in dit geval geen opzettelijke levensbeëindiging. Er is een groot verschil tussen iemand doden en iemand naar het sterven begeleiden.

Psalm 139: 1-24

1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.
2 Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
3 Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.
4 Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! Gij weet het alles.
5 Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.
6 De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.
7 Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?
8 Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.
9 Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;
10 Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.​
11 Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.
12 Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.
13 Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.
14 Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.
15 Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.
16 Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.
17 Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!
18 Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.
19 O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij!
20 Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen.
21 Zou ik niet haten, HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?
22 Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
23 Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.
24 En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.​