'DV'

Zaterdag 5 januari 2013

- Ds. P.D.J. Buijs -

Tijdens deze avond hebben wij samen, onder leiding van Ds. P.D.J. Buijs, nagedacht over ‘Deo Volente’.
We staan aan het begin van het nieuwe jaar 2013. Ongetwijfeld hebben wij de grootse plannen, maar niemand weet wat dit jaar ons gaat brengen! Misschien ga je dit jaar wel examen doen, of ga je op zoek naar een andere baan. Wellicht wil je je dit jaar verloven of zijn er zelfs trouwplannen. De plannen borrelen vaak spontaan in je op, je gaat er helemaal in op, en je houdt er mogelijk helemaal geen rekening mee dat er een God is die alles bestuurt.
Deo Volente is een Latijnse uitdrukking die “zo God het wil” betekent. Deze uitdrukking wordt, vaak afgekort tot "DV", gebruikt bij aankondigingen van vergaderingen, bruiloften en andere evenementen om aan te geven dat men als mens de toekomst niet onder controle heeft, maar afhankelijk is van God. De uitdrukking wordt in onze kringen nog zeer vaak gebruikt. Deo Volente is afgeleid van het ‘voorbehoud van Jacobus’ uit Jacobus 4: Indien de Heere wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen.
Ter onderbouwing van het onderwerp heeft dominee Buijs gebruik gemaakt van Lukas 12: 13-21 (De rijke dwaas) en Jacobus 4: 13-16 (De onzekerheid des levens).

Plannende mens

In het verleden zijn er verschillende benamingen geweest voor het kenmerkende van de mens. De spelende mens, de werkende mens. Tegenwoordig kunnen we de mens zien als de plannende. Vroeger gebruikte men geen agenda, tegenwoordig beslaan sommige agenda’s al twee jaar. We hebben de mogelijkheid om onze plannen voor 2014 te noteren. In Jacobus zegt God: ‘Houd je er wel rekening mee dat Ik er ook nog ben?’

De brief van Jacobus
Sommigen zijn van mening dat de brief van Jacobus wat onsamenhangend is. Dit is echter niet het geval. Jacobus schrijft in hoofdstuk 3 en 4 over de zonden van de tong. Denk hierbij aan de verruwing van ons taalgebruik. Maar ook aan de zonde van roddel en achterklap, waarmee je een ander veroordeeld. In vers 13 van hoofdstuk 4 richt Jacobus zich tegen de rijke zakenlieden. Ook zij maken zich met hun tong schuldig. Zij kondigen hun plannen aan, zonder rekening te houden met God, die hun leven in de hand heeft. Vers 13 begint met: ‘Welaan nu gij..’ Jacobus wil als het ware zeggen dat hij nog een appeltje met de rijke kooplieden te schillen heeft. Hij richt zich tegen ondernemers die zich bezig houden met de internationale handel. Het is goed mogelijk dat zij tevens lid zijn van de christelijke gemeente. Jacobus schrijft aan Joden-christenen. Het joodse volk staat bekend om hun bedrevenheid in de handel.

En, en, en ..
De rijke kooplieden bespreken met elkaar hun handelsreizen door. In vers 13 lezen we dat ze vier zaken tegen elkaar zeggen. ‘Wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en aldaar een jaar doorbrengen, en koopmanschap drijven, en winst doen.’ De zaken worden aan elkaar verbonden door het woordje ‘
en’. Er wordt geen rekening mee gehouden dat er een schakel uit de keten weg kan vallen. In Lukas 12: 18 lezen we ditzelfde van de rijke dwaas. ‘En hij zeide: Dit zal ik doen; ik zal mijn schuren afbreken, en grotere bouwen, en zal aldaar verzamelen al dit mijn gewas, en deze mijn goederen;’ De rijke dwaas is een mens die goed voor zichzelf zorgt. Op zich is dit niet erg, het is ook de scheppingsorde. Maar, we zijn zoekers van onszelf geworden. De toegenomen technische kennis, de vergevorderde medische kennis en het verzekeringswezen zorgen er voor dat veel mensen er van overtuigd zijn ook zónder God te kunnen leven. We roemen in onze hoogmoed, in onze arrogantie (Jac. 4:16).

En wij?
Ds. Buijs stelde ons de vraag hoe wij bezig zijn met onze plannen. Misschien kijken wij ook wel jaren vooruit, zonder er bij na te denken dat God een streep door al onze plannen kan zetten. Misschien hebben we ons leven al helemaal uitgestippeld: ‘Dan wil ik mijn studie af hebben, verkering krijgen, trouwen en een kind krijgen’. De spreukendichter leert ons dat we ons niet moeten beroemen over de dag van morgen. De Heere zegt tot ons: ‘Houdt er rekening mee dat een Ander over je leven beslist.’ Je leven kan zo afgelopen zijn. Je kunt hier vandaag nog zitten en er volgende week niet meer zijn. Deze ernst is werkelijkheid voor ons allemaal. De grote vraag is of we een Borg voor onze zonden hebben en in ons leven tot Jezus zijn gevlucht. Niemand van ons is verzekerd van een lang leven. De psalmen zijn hier van doordrongen. Psalm 39 noemt ons leven een handbreed, psalm 103 spreekt over de vergelijking met het gras en een bloem, psalm 144 duidt ons leven aan als een schaduw.  
Zijn wij hier ook van doordrongen? Zien wij deze ernst onder ogen? Of zijn wij als een struisvogel? Wanneer we plannen maken zonder God, zijn deze gedoemd te mislukken. We kunnen ons verzekeren voor allerlei zaken, van de wieg tot het graf. Maar niet voor de dood. Of wel? Door onze toevlucht te nemen tot de Heere Jezus Christus kunnen we ons verzekeren van een eeuwig leven. Dan pas ben je écht verzekerd.

Geen plannen?
De vraag kan in je opkomen of je dan helemaal geen plannen mag maken. Plannen zit in ons en vooruit denken is nodig. We zijn verantwoordelijke mensen. Plannen verbinden heden en toekomst. Een trouwdatum moet ruim een jaar van te voren gepland worden en er moeten allerlei zaken geregeld worden. We plannen met elkaar een datum om bij elkaar op visite te gaan. We maken onze plannen voor de zomervakantie. Het essentiële aspect in het maken van onze plannen is of we dit met of zonder de Heere doen. Het zit in ons om eerst zelf onze plannen te maken en dan Gods handtekening te vragen. Spreuken 3:6 leert ons om Hem te kennen in al onze wegen. Om God te betrekken in al je plannen en Hem te vragen: ‘Wat wilt Gij dat ik doen zal?’ Onze dag zó te beginnen is van belang. Het morgengebed moeten we niet over slaan.



Ons leven ligt in Gods hand
Het ‘DV’ moet in ons hart geschreven staan. We mogen geloven dat onze toekomst in Gods hand ligt, ondanks dat ons leven anders gaat dan wij hadden gedacht. We kunnen ons met een gerust hart aan de Heere toevertrouwen. Maar we willen zo graag zelf de touwtjes in handen hebben. Het is zonde om het beeld te hebben dat Gods wil een noodlot is. Te mogen vertrouwen op Gods plan met je leven geeft juist zekerheid. Het is een unieke en enige troost in leven en sterven. God nodigt ons, om Jezus wil, uit om ons leven aan Hem toe te vertrouwen.

De wil van God is een geestelijk filter tussen vandaag en onze plannen. Het kan wel eens anders gaan in ons leven dan wij hadden gedacht. God snijdt wegen af. Ons gebed mag zijn: ‘Leer mij, o Heer, de weg door U bepaald.’ Het is vaak een gebedsworsteling om het met de Heere eens te worden. Het kan zijn dat je afgewezen wordt voor een baan of dat je je leven in dienst van de Heere wilt stellen, maar dat er geen deuren worden geopend. Maar wat verlies lijkt, kan winst worden. Gebeurtenissen kunnen pijn doen, maar meewerken ten goede.

Morgen weer een dag?
We zijn snel geneigd er van uit te gaan dat we er de volgende dag nog zijn en belangrijke zaken uit stellen. Dit is echter geen zekerheid. Misschien komt die dag niet en kun je het nooit meer goed maken met een ander. Het is zo belangrijk om de zon niet onder te laten gaan over je toornigheid. Ten eerste omdat je niet weet of je er morgen nog zult zijn. Ten tweede omdat je verbitterd raakt van binnen wanneer je ruzies niet bij legt en uitpraat.

Twee wegen
Er zijn twee mogelijkheden in ons leven. Of we leven in afhankelijkheid van de Heere of we maken onze eigen plannen, zonder God. Ons eigengemaakte koninkrijkje houdt echter geen stand, zeker niet tot de dag des HEEREN. Vers 17 van Jacobus 4 laat ons het grootste risico zien van een onafhankelijk leven. Namelijk de weg te hebben geweten en er niet naar te handelen. Dit zal ons aangerekend worden wanneer we geoordeeld worden. Hier kun je je niet tegen verzekeren, wel van bekeren!

Discussie
Na de pauze hebben we met elkaar nagedacht over enkele stellingen.

1. Het is overdreven om bij elke datum die je voor de toekomst noemt de woordjes ‘DV’ te plaatsen.
Het belangrijkste is dat het ‘DV’ in je hart staat geschreven. Dat je leeft in de wetenschap dat God je leven bestuurt en leidt.



2. Van je eeuwige toekomst kun je nooit zeker zijn.
Dat je eeuwige toekomst of hemel of hel zal zijn staat voor ons allemaal vast. Ook van je eeuwige behoud mag je zeker zijn. In hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels, artikel 12, wordt de zekerheid van het geloof uitgewerkt. Iemand die waar christen wordt gemaakt, zal hier door de Heere zeker van worden gemaakt. Wel kunnen er veel aanvechtingen zijn van de duivel en twijfelingen in je geloof. Toch mag je er naar staan om te groeien in je geloof. Je kunt echter niet van groei spreken wanneer er geen begin is. Maar, als er een begin is mag je er naar staan dat je verder komt in de zekerheid van het geloof, er naar staan dat je opwast in de genade.

3. ‘Als ik wist dat de Heere Jezus morgen terugkwam, zou ik vandaag nog een appelboompje planten’.
Dit citaat wordt aan Luther toegeschreven. Er wordt mee bedoeld dat je bezig blijft met je dagelijkse roeping. Dat je je talenten blijft gebruiken en je werk blijft doen, ook wanneer je weet dat morgen de wereld vergaat. Dit spanningsveld is er altijd. Je moet er van doordrongen zijn dat je elk moment kan sterven, maar je moet ook bezig zijn met je aardse verplichtingen en je talenten, van God gekregen, inzetten.

Lukas: 13-21



13 En een uit de schare zeide tot Hem: Meester, zeg mijn broeder, dat hij met mij de erfenis dele.14 Maar Hij zeide tot hem: Mens, wie heeft Mij tot een rechter of scheidsman over ulieden gesteld?

15 En Hij zeide tot hen: Ziet toe en wacht u van de gierigheid; want het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen.
16 En Hij zeide tot hen een gelijkenis, en sprak: Eens rijken mensen land had wel gedragen;
17 En hij overleide bij zichzelven, zeggende: Wat zal ik doen, want ik heb niet, waarin ik mijn vruchten zal verzamelen.
18 En hij zeide: Dit zal ik doen; ik zal mijn schuren afbreken, en grotere bouwen, en zal aldaar verzamelen al dit mijn gewas, en deze mijn goederen;
19 En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel! gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust, eet, drink, wees vrolijk.

20 Maar God zeide tot hem: Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn?

21 Alzo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert, en niet rijk is in God.



Jacobus: 13-16



13 Welaan nu gij, die daar zegt: Wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en aldaar een jaar doorbrengen, en koopmanschap drijven, en winst doen.

14 Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.
15 In plaats dat gij zoudt zeggen: Indien de Heere wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen.
16 Maar nu roemt gij in uw hoogmoed; alle zodanige roem is boos.

Copyright © 2016 Jong&Actueel. Alle rechten voorbehouden.