Hoe spreekt God in jouw leven?

Vrijdag 22 november 2013
- Ds. B.J. van Boven -

Zij hebben 't langgewenste land

Versmaad uit strafbaar onverstand,

En niet geloofd aan 's HEEREN woorden;

Zij morden daag'lijks in hun tent,

Dewijl zij naar Zijn stem niet hoorden,

Hoe duid'lijk ook aan hen bekend.

Psalm 106:14

 

Hoe spreekt God?

God spreekt dagelijks tot ons, op verschillende manieren, door woorden en daden. Het gaat er echter om of je het opmerkt. In Psalm 85:9 met de bijbehorende kanttekening staat het zo omschreven:

''13 Ik zal horen wat God de HEERE spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken; maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren.

 

13 Dat is, ik zal naarstiglijk letten op hetgeen dat God ons getuigt van Zijn gunst tot Zijn kerk, zowel door Zijn Woord als door Zijn menigerhande werken Zijner mogendheid”

 

Hoe was het in het Paradijs?

In het paradijs wat alles volmaakt. Het hoofd, hart, oor en gezicht van Adam en Eva waren in alles op God gericht. Hun oor was zo op God gericht dat ze God hoorden aan de wind des daags! Ze hoorden en gehoorzaamden, onvoorwaardelijk. De volmaaktheid van de paradijselijke verhouding tussen God en Adam en Eva is niet in woorden uit te drukken!

 

Hoe is het geworden na de val?

“En de vrouw zag dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.” Adam en Eva hebben hun oren en ogen verkocht aan de duivel.

We zetten nu vraagtekens achter wat God zegt: “zou het waar zijn dat er leven is na dit leven?” “zou het waar zijn dat…” vul zelf maar in!

Hoeveel oor en oog heb je nog voor God? Een praktijkvoorbeeld: Je komt ’s avonds om elf uur thuis, en je bent nogal vermoeid. Je duikt snel je bed in, en terwijl je je dagboek en Bijbelgedeelte leest val je bijna in slaap. Ineens gaat je telefoon, hé, een vriend of vriendin! Opeens ben je klaarwakker, je vermoeidheid wordt vergeten en je bent gerust in staat om nog een uur te bellen!

Dit is een teken van ons inwonend verderf. Dezelfde oor- en oogpoort, de mens zo tot nut in het paradijs, worden nu na de val gebruikt tot het aftrekken van God!

Hoe dichter we bij de eindtijd komen, hoe meer de stem van Satan klinkt. We kunnen die stemmen alleen niet onderscheiden!

 

God spreekt in Zijn voorzienigheid

We moeten niet overal wat achter zoeken, maar God spreekt in zijn voorzienigheid in ál zijn daden. Dat je dit hoort(leest), dat je gedoopt bent, het is allemaal een sprake van God. Elke morgen vind je een roepstem op je bord, het zijn immers Zijn goedertierenheden dat we nog ons dagelijks voedsel krijgen? God spreekt steeds meer, maar is het niet zo dat we steeds minder luisteren en opmerken?

Deze roepstemmen hebben echter altijd een uitwerking, óf tot verharding: koning Farao kreeg 10 plagen (roepstemmen) te verduren, maar zelfs toen hij het volk had laten trekken verharde hij zich weer, en jaagde het volk Israël achterna. Maar het kan ook zijn tot verootmoediging: met Eliëzer die een vrouw moest zoeken voor Izak is hiervan een prachtig bijbels voorbeeld gegeven. Er staat in Genesis 24 dat hij zich verwonderde en de Heere loofde dat hij zijn weg zo voorspoedig maakte! Als de Heere onze weg voorspoedig maakt, merken we dat dan wel op, en komen we er nog wel toe om de Heere daarvoor te danken?

 

God spreekt in de prediking

Dat God spreekt is zeker! In iedere preek komt een boodschap van de Heere tot ons. Thomas Watson zei echter eens van het gepredikte Woord: “Veel preken liggen dood en begraven in wereldse harten”.

God spreekt door de zuivere prediking van zijn Woord, en deze prediking bevat de volgende zaken:

  • het welbehagen van God

  • de doodstaat van de mens

  • de mogelijkheid en noodzaak van de wedergeboorte

  • de Weg tot Christus

  • de volheid van Christus voor de allerarmsten

Het doel van de prediking is tweeledig, maar nooit tevergeefs. Of het doel is dat we verhard zouden worden, óf het is tot vernedering. Zo is dit punt al een roepstem op zich!

 

Hoe spreekt God in jouw leven?

Wil God in jouw leven spreken dan moet er een wonder gebeuren! De Heere moet eerst ons oor neigen willen wij zijn Woord horen. En de Heere is daartoe machtig, lees Ezechiël 16: de Heere zegt “Leef!”. Desondanks je zeer verdorven en ellendig bent en in de dood ligt, wil hij op grond van het verbond der Genade naar je omzien. Dan krijg je een droefheid naar God, en een droefheid over de zonde.

Hoe vaak spreekt God? God sprak toen het bij Jakob vastliep in als z’n vroomheid in Bethel.  20 jaar later pas in Pniël.  Daarna lezen we pas in Genesis 46 weer dat God tot Jakob sprak toen hij naar Egypte zou trekken om met zijn zoon Jozef verenigd te worden. Behalve in zijn voorzienigheid spreekt Gods slechts zelden tot zijn kinderen.

Een geoefend kind van God haalde desgevraagd een luciferdoosje uit z’n zak, waarin zich 3 steentjes bevonden. Hij zei: “als ik mij niet bedrieg, heeft God evenzoveel in mijn leven gesproken als hier steentjes in dit luciferdoosje bevinden”.

 

Dominee van Boven gaf nog een voorbeeld van een man die een weg ging die niet in Gods gunst was. Hij belde op, om te zeggen dat hij terugkeerde op zijn schreden, omdat hij 3 roepstemmen had gekregen die hem er op wezen dat hij fout zat: Het zingen van Psalm 85 in de kerk (Wil toch niet stug gelijk een paard weerstreven), een waarschuwing van z’n kinderen aan tafel, en tot slot werd hij getroffen door het lezen van het gebed van Jeremia.

Twee weken later belde hij echter weer, om te vertellen dat hij toch door ging op z’n eerder gekozen weg. De eerdere roepstemmen werden aan de kant geschoven. Een paar dagen daarna werd een ernstige ziekte bij hem vastgesteld, en niet lang daarna moest hij het tijdelijke met het eeuwige verwisselen.

 

Een oproep aan ons allemaal! We hebben oren nodig, die God zélf gegeven heeft. Vraag dan aan de Heere of hij je zulke oren wil geven!

 

 

 

 

Habakuk 2: 1-20



1 Ik stond op mijn wacht, en ik stelde mij op de sterkte, en ik hield wacht om te zien, wat Hij in mij spreken zou, en wat ik antwoorden zou op mijn bestraffing.

2 Toen antwoordde mij de HEERE, en zeide: Schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt.

3 Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.

4 Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

5 En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn, een trots man is, en in zijn woning niet blijft; die zijn ziel wijd opendoet als het graf, en gelijk de dood is, die niet zat wordt, en tot zich verzamelt al de heidenen, en vergadert tot zich alle volken.

6 Zouden dan niet al dezelve van hem een spreekwoord opnemen, en een uitlegging der raadselen van hem? En men zal zeggen: Wee dien, die vermeerdert hetgeen het zijne niet is (hoe lange!), en dien, die op zich laadt dik slijk.

7 Zullen niet onvoorziens opstaan, die u bijten zullen, en ontwaken, die u zullen bewegen, en zult gij hun niet tot plundering worden?

8 Omdat gij vele heidenen beroofd hebt, zo zullen alle overgeblevene volken u beroven; om het bloed der mensen, en het geweld aan het land, de stad, en alle inwoners derzelve.

9 Wee dien, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte zijn nest stelle, om bevrijd te zijn uit de hand des kwaads.

10 Gij hebt schaamte beraadslaagd voor uw huis; uitroeiende vele volken, zo hebt gij gezondigd tegen uw ziel.

11 Want de steen uit den muur roept, en de balk uit het hout antwoordt dien.

12 Wee dien, die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!

13 Ziet, is het niet van den HEERE der heirscharen, dat de volken arbeiden ten vure, en de lieden zich vermoeien tevergeefs?

14 Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.

15 Wee dien, die zijn naaste te drinken geeft, gij, die uw wijnfles daarbij voegt, en ook dronken maakt, opdat gij hun naaktheden aanschouwt.

16 Gij zult ook verzadigd worden met schande, voor eer; drinkt gij ook, en ontbloot de voorhuid; de beker der rechterhand des HEEREN zal zich tot u wenden, en er zal een schandelijk uitbraaksel over uw heerlijkheid zijn.

17 Want het geweld, dat tegen Libanon begaan is, zal u bedekken, en de verwoesting der beesten zal ze verschrikken, om des bloeds wil der mensen, en des gewelds in het land, de stad en aan alle inwoners derzelve.

18 Wat zal het gesneden beeld baten, dat zijn formeerder het gesneden heeft? of het gegoten beeld, hetwelk een leugenleraar is, dat de formeerder op zijn formeersel vertrouwt, als hij stomme afgoden gemaakt heeft?

19 Wee dien, die tot het hout zegt: Word wakker! en: Ontwaak! tot den zwijgenden steen. Zou het leren? Ziet, het is metgoud en zilver overtrokken, en er is gans geen geest in het midden van hetzelve.

20 Maar de HEERE is in Zijn heiligen tempel. Zwijg voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde!

Copyright © 2016 Jong&Actueel. Alle rechten voorbehouden.