Identiteitsontwikkeling

Zaterdag 7 september 20123

- Dr. W. Fieret-

Om wijsheid en tucht te weten

De kanttekeningen beschrijven wijsheid als een vaste en grondige kennis van goddelijke en menselijke dingen, om zichzelf in geloof en leven wel te schikken. De tucht wordt onder ons vaak als iets negatiefs omschreven, terwijl de kanttekening het beschrijven als het onderwijs, dat gegeven wordt om tot de wijsheid te geraken.

 

Psalm 119:17 –

Leer mij, o Heer', den weg, door U bepaald;

Dan zal ik dien ten einde toe bewaren;

Geef mij verstand, met Goddlijk licht bestraald;

Dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;

Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;

Dan zal zich 't hart met mijne daden paren.

 

Identiteitsontwikkeling

Kinderen uit één gezin hebben allemaal een eigen, unieke identiteit. Hoe komt dat? Hoe ontwikkel je die identiteit?

 

Kippenjongen

Sujit Kumar groeide op in Australië .. in een kippenhok.

Een aantal jaar geleden vertrok een groep psychologen en psychiaters naar Australië om onderzoek te doen. Zij werden door de bevolking naar ‘de kippenjongen’ verwezen. Deze ‘kippenjongen’ bleek een jongen van een jaar of 14 die het gedrag van een kip vertoonde. Hij had de haargroei van een kip, at zonder zijn handen te gebruiken en was agressief. In principe was het een grote (menselijke) kip.

Sujit zijn moeder kwam om bij een vuurgevecht, zijn vaders stoffelijk overschot werd gevonden in een auto. Sujit bleef als wees over. Zijn oom moest hem opvoeden, maar wist geen raad met zijn kleine neefje en stopte hem in het kippenhok. Sujit groeide op tussen de kippen en imiteerde hun gedrag.

 

Identiteit aangeboren?

Identiteit is niet aangeboren. Wanneer je jong bent speelt je omgeving een belangrijke rol. Er is sprake van verschillende opvoedingsmilieus.

 

Opvoedingsmilieu 1 zijn je ouders, broers, zussen, grootouders, ooms en tantes. In dit opvoedingsmilieu worden de langzame emoties aangeleerd. Langzame emoties zijn onder andere liefde, trouw, eerbied en opofferingsgezindheid. Het aanleren van deze langzame emoties is een leerproces. Je leert bijvoorbeeld door regelmatige omgang met je ouders wat eerbied is. 92% van de 1614 ondervraagde jongeren geeft aan dat hun ouders de meeste invloed op hen hebben gehad. Vrienden komen overduidelijk op de tweede plek. Op de derde en vierde plek komen de kerk en de school.

Opvoedingsmilieu 2 is de kerk en de school. De invloed van ouders op hoe dit opvoedingsmilieu er uit ziet is groot. Zij maken een keuze voor een kerk en voor een school. In onze kring is er sprake van een grote samenwerking tussen gezin, kerk en school.

Opvoedingsmilieu 3 is de straat, dorp, wijk, dorp en stad. Hierop hebben ouders minder invloed.

Tevens hebben we tegenwoordig een nieuw 4e opvoedingsmilieu; de digitale wereld. De digitale wereld is een mede opvoeder en beïnvloeder geworden. Jongeren worden zenuwachtig wanneer ze hun smartphone vergeten mee te nemen. ‘Als ik hem vergeten ben ga ik terug om hem op te halen’ (citaat leerlinge).

Dit 4e opvoedingsmilieu is niet als opvoeder bedoeld. Het bereid niet voor op een volgende fase, maar confronteert plotsklaps. Er is geen begeleiding van ‘stap naar stap’, zoals opvoeders dat wel kunnen bieden. Daarbij is er geen sprake van het aanleren van langzame emoties. Langzame emoties als liefde en trouw spelen in de digitale wereld geen rol. Dit opvoedingsmilieu onttrekt zich aan de invloed en het toezicht van ouders.

De digitale wereld is de wereld van de jongeren. Wanneer hun ouders problemen hebben met hun computer, zijn zij degenen die kunnen helpen. De digitale wereld zorgt hierdoor voor een inforce education, een omgekeerde opvoeding.

De grote diversiteit aan impulsen, prikkels en invloeden die de digitale wereld biedt staat los van de eenduidigheid gezin-kerk-school.

 

Stijlsurfen

Jongeren leven tegenwoordig in verschillende genres en stijlen. Ze surfen van de ene naar de andere stijl. ‘Van pop naar cello..’ Ze luisteren zowel het één als het ander. Bach – Radio 538 – Urker Mannenensemble – Nederlandse Top 40. 

Er is sprake van het schakelen tussen twee werelden. In dit schakelen bestaan drie groepen jongeren.

1. Verbinder. De verbinder zoekt de verbinding tussen thuis, school en werk én de dagelijkse invloeden. Bij de verbinder hoor je het woord ‘eigenlijk’ nog terug. ‘Eigenlijk kan dit niet..’

2. Schakelaar. Een schakelaar schakelt tussen verschillende werelden. Een schakelaar gaat op zaterdagavond uit, drinkt te veel en zit op zondagmorgen weer in de kerk. ‘Ik doe het één en het ander’. Bij een schakelaar hoor je het woord ‘eigenlijk’ niet meer terug. Hij of zij kan gemakkelijk in beide werelden afzonderlijk leven.

3. Ontkoppelaars. Zij maken een breuk tussen de Bijbel en hun eigen leven. ‘De Bijbel doet me niets’.

Hierin heb je twee soorten:

  • Ontkoppelaars vanuit hun hart

  • Ontkoppelaars die geen veilige thuissituatie kennen en geen vertrouwen meer hebben in het gezin en daardoor ook niet meer in de kerk en de school. Met deze laatste groep is met begrip en gesprek nog wel wat te bereiken.

 

Spiegelneuronen

Spiegelneuronen zijn neuronen die actief worden wanneer je waarneemt wat iemand anders doet, op dezelfde plek in de hersenen als bij degene die de actie uitvoert.

Wanneer een docent vrolijk en uitbundig is zal ook de ‘vrolijkheid’ in de hersenen van de leerlingen geactiveerd worden. Wanneer de docent chagrijnig is, zullen de leerlingen ook minder vrolijk worden.

Het principe van spiegelneuronen zie je erg duidelijk bij jonge kinderen. Zij doen alles na. Langzamerhand komt hier met dat je ouder wordt meer rem op, maar het blijft wel bestaan.

Mede hierdoor is de digitale wereld een medeopvoeder. Wanneer jongens en/of meiden van 14 jaar een filmpje opzoeken over seksualiteit, wordt dit gedeelte in hun hersens geactiveerd. De digitale wereld is er altijd en is fascinerend. Er groeit een generatie op met een verwrongen beeld van seksualiteit, zonder Bijbelse normen en waarden en zonder langzame emoties als liefde en trouw. Wat ze tot zich nemen op internet is ‘ik-gericht’. ‘Ik moet genieten en de ander staat ten dienste van..’

 

Uit onderzoek blijkt dat:

  • 25% van het voortgezet onderwijs en 30 % van het MBO verbinders zijn.

  • 68 % van het voortgezet onderwijs en 63% van het MBO schakelaars zijn.

  • 6% van het voortgezet onderwijs en 7 % van het MBO ontkoppelaars zijn.

Een belangrijke vraag is wat er met de schakelaars gebeurd. Naar welke groep gaan ze, verbinders of ontkoppelaars? Of blijven ze schakelaar? Schakelaars leven in twee werelden. Dit is vanuit God gezien niet mogelijk. ‘Mijn zoon geef Mij uw hart’ – Spreuken 23:26 – Je hart is alles, dus géén dubbelleven.

 

Onze keuze

We staan voor keuzes. Waar brengen je voeten je naar toe? ‘Kiest u heden, wien gij dienen zult;’ – Jozua 24:15 – Welke keuze maak je? Die van Orpa of die van Ruth? De vraag kan gesteld worden of het wel goed zit met verbinders. In dit leven blijft er sprake van een strijd. Die strijd zien we ook bij Paulus terug. ‘Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.’ (Romeinen 7: 19)

De opvoeding is ook niet maakbaar. Je kunt als ouders niet op een knopje drukken waardoor je er van verzekerd bent dat het goed komt. Ieder mens/kind heeft zijn eigen aard en maakt zijn eigen keuzes.

 

Ds. Gebraad wees op de verantwoordelijkheid van een ieder persoonlijk.

  • Als je nat wilt worden, moet je in de regen gaan lopen. Als je bekeerd wilt worden, moet je de middelen gebruiken.

  • Voor de zonde die je niet doet hoef je ook geen rekenschap af te leggen.

 

Matthew Mead zei het volgende over de aard van de zonde. Eerst is de zonde zwaar, dan minder zwaar, dan licht, dan zoet en dan is de zonde (menselijk gesproken) geen zonde meer.

Daarom de vraag ‘Hoe ontwikkel jij je identiteit?’. Je identiteit ontwikkeld niet buiten je om, maar door de keuzes die je maakt ontwikkel jij zelf je identiteit. Je bent verantwoordelijk.

 

Psalm 119:53

Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet,

Mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren.

Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed

Bevestigen, in al mijn levensjaren,

Dat ik Uw wet, die heilig is en goed,

Door Uw gena bestendig zal bewaren

 

Stellingen

Na de pauze dachten we na over de volgende stellingen: 

1. Bij de identiteitsontwikkeling speelt de omgeving, dus anderen, een belangrijke rol. Daarnaast heeft iedereen zijn eigen aangeboren aard. Wat zou het meest van invloed zijn: de omgeving (nurture) of de aangeboren aard (nature)?2. Niemand komt op de wereld als een onbeschreven blad papier. Iedereen neemt wat mee. Zie bijv. zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus. Wat betekent dit voor de opvoeding? Moeten we optimistisch of pessimistisch zijn over de opvoedingsmogelijkheden?

3. Herken je het verhaal van de spiegelneuronen? Wat doet dit met je? 

Spreuken 1: 1-7

 

1 De spreuken van Sálomo, den zoon van David, den koning van Israël,

2 Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;

3 Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;

4 Om den slechten kloekzinnigheid te geven, den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid.

5 Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen;

6 Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.

7 De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.