Wat doet de crisis met mij?

Zaterdag 3 november 2012

David van As

Tijdens het lezen van de krant, in gesprek met de buurman of buurvrouw, tijdens het besteden van je geld. Niemand ontkomt eraan: de economische crisis en haar gevolgen. Schijnbaar tegenwoordig een ‘onmisbaar’ item in het dagelijkse binnen- en buitenlandse nieuws en tevens het onderwerp van deze Jong&Actueel avond. De spits van de bijeenkomst werd afgebeten met vragen over wat wij in deze tijden belangrijk vinden en welke welvaart wij zoeken. Ook werd de economische crisis in het licht van de Bijbel gehouden en werd het begrip geld uitgelegd.
Gastspreker van deze avond was David van As. Hij maakte tijdens zijn toespraak gebruik van Jacobus 4:11 en Spreuken 30: 1-9 (De woorden van Agur). David van As is zijn carrière begonnen als accountant bij Ernst en Young. Tegenwoordig is hij bestuurslid bij SPO (Stichting Pensioen Opleidingen), directeur bestuursbureau bij bpfBouw, penningmeester bij de Hudson Taylor Stichting en lid Rekenkamercommissie bij de Gemeente Apeldoorn.
Na de pauze werden de aanwezigen in groepen verdeeld om te discussiëren en na te denken over het behandelde onderwerp. De bijeenkomst werd afgesloten met psalm 49:4.

Al zegt zijn hart: “Mijn huis zal eeuwig staan,
Van kind tot kind gedurig overgaan”.
Al heeft hij ’t land, waarop zijn trotsheid roemt,
Zijn grootsheid bouwt, naar zijnen naam genoemd,
’t is alles wind, waar zich zijn hart mee streelt;
De mens, hoe mild door ’t aards geluk bedeeld,
Hoe hoog in eer, in macht en staat verheven,
Vergaat als ’t vee en derft in ’t eind haar leven.

Economische crisis
De overheid maakt plannen met betrekking tot bezuinigingen, er zijn echter vrij weinig mogelijkheden. De rekening wordt daarom bij de burger neergelegd, met dien gevolge dat mensen boos en onzeker worden. Een niet zo fraai, maar waar gezegde wordt waarheid: kom je aan geld, dan kom je aan mensen. Deze bezuinigingen zijn actueel en iedereen krijgt ermee te maken, ook wij als jongeren. Denk maar aan het maken van de keuzes betreffende je studie, werk of uitgaven.

De economische crisis dwingt ons tot nadenken over hoe wij de toekomst zien en hoe wij, als samenleving of als indivdu, omgaan met geld en goed. Worden we boos, worden we onzeker of stellen wij ons vertrouwen op God? De satan maakt namelijk veelvuldig gebruik van vier wapenen: vervolging, verdeling onder christenen, verleidingen en angst.

​Uit de economische crisis zijn een aantal belangrijke lessen te trekken: we moeten welvaart inleveren uit noodzaak, we leven in Europa boven onze stand; gedrag & cultuur - let op de cent, de tent en de vent; we zijn de werkelijkheid uit het oog verloren door ons vertrouwen op modellen te gaan stellen.

Geld
Geld op zich heeft geen waarde als je weet dat miljarden aan euro's worden versnipperd. Ditzelfde geldt voor goud. Het lijkt mooi om rijk zijn omdat je een gouden klomp bezit, maar ook goud op zich heeft geen waarde. Bij de waardering van geld speelt psychologie een belangrijke rol. Dit betekent dat de waarde van geld afhankelijk is van de waarde die een samenleving of een groep individuen toekent aan geld en goed.
Veel (rijke) mensen denken dat ze (nog) rijk(er) moeten worden om gelukkig te zijn. Ze bezitten al veel, maar willen steeds meer en meer. Mensen worden hebzuchtig en gaan hun vertrouwen stellen op hun geld en goed. Men raakt eraan verslaafd, zoals bijvoorbeeld een alcoholist verslaafd is aan drank en een roker aan sigaretten. Dat is tevens ook het grote gevaar, geld en goed is immers vergankelijk.

​​​Opvallende aspecten interactief gedeelte
- Ook zonder geld zou het kwaad nog steeds bestaan.
- Verlangen naar geld geeft een bevroren verlangen. Deze behoefte raakt namelijk nooit bevredigd.
- Een i-Phone is geen primaire levensbehoefte.
- Zonder allerlei ‘verzekeringen’ ben je meer afhankelijk van God.

Jacobus 4: 14



14 Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.

Spreuken 30: 1-9

1 De woorden van Agur, den zoon van Jake; een last. De man spreekt tot Ithiel, tot Ithiel en Uchal.
2 Voorwaar, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand;
3 En ik heb geen wijsheid geleerd, noch de wetenschap der heiligen gekend.
4 Wie is ten hemel opgeklommen, en nedergedaald? Wie heeft den wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam, en hoe is de Naam Zijns Zoons, zo gij het weet?
5 Alle rede Gods is doorlouterd; Hij is een Schild dengenen, die op Hem betrouwen.
6 Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt.
7 Twee dingen heb ik van U begeerd, onthoud ze mij niet, eer ik sterve;
8 IJdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;
9 Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste.