Wedergeboorte

Zaterdag 6 april 2013

- Ds. W. Roos -

​Kun jij Gods Koninkrijk zien? Het is Jezus zelf die tot Nicodemus, de ‘nachtdicipel’, en ons spreekt: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien (Johannes 3). Blijkbaar is het voor ons allemaal, kerkelijk en niet kerkelijk, van het grootste belang dat wij opnieuw geboren worden! Daarom hebben wij deze avond samen met dominee Roos dieper over de wedergeboorte nagedacht.

De wedergeboorte, het opnieuw geboren worden, kan aan de hand van het volgende worden verklaard: Als een baby wordt geboren, dan is dat een onbeschrijfelijk groot wonder. Dit wonder begint met de bevruchting, wat wordt gevolgd door het groeiproces en uiteindelijk komen we als natuurlijk mens - van vlees en bloed, met lichaam, ziel en geest - te wereld. Wanneer we niet geboren worden, kunnen we niet leven, niet groeien, eten, drinken en hebben we geen verlangens. Aards leven heeft dus een ‘natuurlijke’ geboorte nodig om te leven. Onze geest, lichaam en ziel zijn echter buiten het paradijs, buiten God geboren.

Vanwege het laatst genoemde feit zullen wij opnieuw geboren moeten worden, anders zullen we nooit echt leven – we zullen altijd het doel van ons leven missen. En net als de natuurlijke geboorte, volgt deze zogenaamde ‘geestelijke’ geboorte na de bevruchting en het groeiproces. Het zaad, Het Woord van God, wordt eerst gezaaid en als het ontkiemt zal het gaan groeien.
Wanneer je dit op je laat inwerken begrijp je hoe noodzakelijk het is om opnieuw geboren te worden, zonder dat je misschien al ‘opnieuw geboren’ bent. Je zult begrijpen dat wanneer je Christus niet leert kennen, je kunt leven, maar toch tegelijk dood en voor eeuwig verloren bent. Maar.. de dood en jij passen niet samen! Door de zonde is de dood in de wereld gekomen en leven wij buiten het paradijs. Wij zijn echter geschapen om eeuwig God te loven en te prijzen!



Kun jij voldoening vinden in de aardse zaken zoals geld, goederen en relaties? Laat jij je ‘geestelijke’ en ‘natuurlijke‘ leven tot aan de dood toe leiden door gids ‘wereld’ om voor eeuwig verloren te gaan? Of verlang je er naar om Gods koninkrijk te zien, om ‘geestelijk’ herboren te worden? Laat jij je leven leiden door de Heilige Geest op de weg naar Gods Koninkrijk? En zing je mee met de psalmdichter Ethan: ‘’‘k Zal eeuwig zingen van Gods Goedertierenheen..’’. Om dominee Roos zijn woorden te gebruiken: ‘’Bid of de Heere je wil geven wat je niet wilt, en bid dat Hij je afneemt wat je niet kwijt wilt!’’.



Jezus's les aan het godsdienstig Israë

Nicodemus komt bij de Heere Jezus in het geloof dat Hij een leraar van God gekomen is. Het godsdienstige Israël in die dagen had de wedergeboorte niet nodig. Ze hielden de wet en dachten daardoor zalig te worden. De Heere Jezus leert dat dit zonder wedergeboorte niet mogelijk is. 

Onze tijd
Vandaag de dag geldt het bovenstaande nog steeds en zijn er heersen nog altijd twee gedachten over het komen tot geloof:
1. Door de werken
2. Door wedergeboorte

In onze tijd wordt de wedergeboorte nogal eens in twijfelachtig gebied geplaatst. De vraag ‘wat is wedergeboorte?’ wordt op verschillende manieren uitgelegd n.a.v. schriftgedeelten en bijbelteksten.

Enkele voorbeelden:
Mattheüs 19: 28 ‘En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.’

 

Volgens de kanttekeningen spreekt de Heere Jezus in de bovenstaande tekst over de toekomst c.q. wederkomst.
 

Titus 3:5 ‘Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;’
 

Johannes 3:3 ‘Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.’

Heidelberger Cathechismus
In zondag 2 wordt duidelijk dat we állemaal geboren worden en leven in het werkverbond. Karakteristiek voor ons bestaan is dat we overal voor werken. Hiertegenover staat het genadeverbond met daarin begrepen de wedergeboorte. Deze wedergeboorte wordt getekend en verzegeld in de doop, met name in de volwassendoop zoals deze in de Bijbel werd bediend. ´Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden;´ Maar, Lydia en enkele anderen werden gedoopt met hun huis(gezin). De doop beduidt de dood in ons en het leven buiten ons, in Christus. Door de wedergeboorte word je een geestelijk mens en krijg je een nieuw bestaan.

Sterven
De spreker noemt als voorbeeld dat hij vroeger schrok, als hij bij vrienden televisie keek, van mensen die doodgeschoten werden. Dit bracht de vraag bij hem omhoog ‘hoe moet ik sterven?’ Als je jong bent kun je dit weer van je af willen zetten en de gedachte hebben dat jou dit niet gebeurd. Als je (wel)gelukzalig wilt worden moet je de dood leren kennen voordat je sterft. Het oude bestaan moet uit ons door de weg van Jezus Christus en daar moet een nieuw bestaan voor in de plaats komen. Het oude moet met Christus gekruisigd worden.

Gezelschapsleven
De spreker verteld jaloers te zijn geweest op het eenvoudige spreken van Gods volk, vroeger in zijn ouderlijk huis. Hier kwamen eenvoudige mensen bij één, onder andere een groenteboer. Deze ging door het dorp met paard en wagen, als dat niet meer werkte had hij geen inkomen. De groenteboer bad daarom elke dag voor zijn paard.

God leert..
Met Christus de dood in te moeten klinkt niet aantrekkelijk. Maar als God je te sterk wordt en wil dat je die weg leert kennen, dan moet je én kun je niet anders. Je moet aan het eind komen van je kunnen, aan het eind van je leven. Het er mee eens worden dat je het voor eeuwig niet zult krijgen.

Niet gezocht, wel gekregen
Psalm 66:8 verwoordt dat het God is die leert en schenkt. ‘Hoort wat mij God deed ondervinden; Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.’ Het wonder van Pasen is dat er in de dood het leven te krijgen is. Door de dood heen wordt het leven bereidt dóór Hem.

Geen beter goed
Er is géén vergelijk met zalig gemaakt worden. Geld, macht, eer, aanzien, genot, een bijzondere plaats tussen je leeftijdsgenoten.. Het is alles niet te vergelijken met het zalig worden in Christus. Dan zal God nooit meer op je toornen. Hij is de Getrouwe en Hij is het die geeft. Als vijand met God verzoend worden. Dat is vrede, heiligheid, rijkdom. Dan is het: ‘Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten hoe rijk ik wel ben. Ik heb alles verloren, maar Jezus verkoren, Wiens eigen ik ben!’
Het werkverbond is verbroken en kunnen we niet houden. Om zalig te worden is het bad der wedergeboorte (water en Geest) nodig. Het menselijk vermogen, het maken van de mens, reikt tegenwoordig erg ver. Maar als we door Gods Geest ontdekt worden gaan we zien dat we er hier niet mee komen, het werkverbond gaat voorbij.

Onrust in de wereld..

Op dit moment zijn er meerdere zaken in de wereld die voor (mogelijke) onrust (kunnen) zorgen:

- Noord-Korea (Atoombom)
- Opkomst Islam
- Het verlaten van God door Nederland

In de Bijbel staat: ‘Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld.

En dan toch wedergeboren worden? JA! Want dan alleen is het goed. Job mocht na alles wat hem overkomen was zeggen: ‘Ik weet mijn Verlosser leeft’. Als je het eens mag worden met God kijk je met een andere blik naar de toekomst.

Stellingen
Na de pauze hebben we met elkaar nagedacht over de volgende stellingen:
1. Wedergeboorte is vanzelfsprekend
2. Wedergeboorte zet mij aan het werk
3. Wedergeboorte is onomkeerbaar

 

Johannes 3: 1-21



1 En er was een mens uit de Farizeën, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;
2 Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.
3 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
4 Nicodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren worden?
5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.
6 Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
7 Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
8 De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.
9 Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden?
10 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet?
11 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan.
12 Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?
13 En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in den hemel is.
14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;
15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.
19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.
20 Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
21 Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.

Copyright © 2016 Jong&Actueel. Alle rechten voorbehouden.